• Stefan Szepesi

Vaccins leveren ons sowieso dit op: de beste gespreksoefening ooit.

Het laten leeglopen van bubbels is geen kwestie van één informatiecampagne, één allesomverwerpend onderzoek of één sterke anekdote. Het zijn miljoenen goede gesprekken tussen familieleden, vrienden en collega’s.


Voor professionals die zich bezighouden met het voeren van goede gesprekken is er één uitdagend voorbeeld waarin iedereen zich gelijk herkent. Het gesprek over vaccineren met goede vrienden, familie of naaste collega’s. Controversiële onderwerpen zijn er genoeg -migratie, klimaatverandering, systemisch racisme- maar die onderwerpen kun je ook vermijden. En dan doen we dan ook graag. Het moet wel gezellig blijven tijdens de barbecue en die ene collega heb je morgen weer nodig voor iets anders. En als je het gesprek toch aangaat kun je een verhit debat afsluiten met het vriendelijke we agree to disagree. Dat we het oneens zijn raakt verder niet aan hoe we met elkaar omgaan.


Met vaccineren is dat lastiger, zeker als je er zoals de meeste van ons een duidelijke mening over hebt. Want als je vindt dat iedereen het zou moeten doen: zeg je dan niets als je niet gevaccineerde broer bij je moeder op bezoek gaat? En als je mordicus tegen bent omdat het gevaarlijk is, kijk je dan zwijgend toe als je partner twee keer zo’n prik haalt? En zo lopen er overal in Nederland spanningen door families en vriendengroepen en dijen de aanverwante onderwerpen alleen maar uit: moeten we niet-gevaccineerde mensen wel of niet weigeren bij bijeenkomsten of in bepaalde beroepen?


We zijn geneigd feiten met feiten te bestrijden en op oordelen te reageren met oordelen.

De meesten van ons geven het snel op. We vinden dat we de ander niet kunnen overtuigen omdat deze zo opgesloten zit in de eigen bubbel van informatiekanalen, groepsdenken en echokamers van sociale media. Jouw vragen naar de betrouwbaarheid van bronnen worden steevast beantwoord door je eigen bronnen in twijfel te trekken. Er wordt snel geoordeeld en ook daar is het actie-reactie: Jij bent toch niet zo’n wappie? Jij bent toch niet zo’n mak schaap?


Omdat dit vervelende gesprekken zijn schakelen we snel over op praktische stellingname. Je mag vinden wat je vindt maar bij mij thuis ben je niet welkom. We willen jou er niet bij hebben in ons weekendje Ardennen… Deze pijnlijke boodschap wordt overigens niet alleen aan antivaxers gegeven maar ook andersom. Zo zijn er ook mensen die doodsbang zijn dat de geprikte medemens hen kan besmetten met het spike-eiwit dat de vaccins aanmaken. Gevolg: oplopende familieruzies, sociaal isolement, psychische problemen.


Oprechte vragen stellen is het beste medicijn, niet om bubbels in één keer door te prikken maar wel om ze langzaam leeg te laten lopen.

Kan het anders? Is er een alternatieve gesprekstechniek om de ander toch te overtuigen? Ik denk dat overtuigen een onrealistisch doel is; althans voor één gesprek. Het debat over vaccins zit immers diepgeworteld in identiteit (vrijheid, verantwoordelijkheid) en in wereldbeelden die al lang voor covid stevig geworteld waren, zoals bijvoorbeeld een basaal wantrouwen of juist vertrouwen tegenover de overheid.


Ik denk dat het wel mogelijk is mensen aan te zetten om zelf hun eigen wereldbeeld verder te onderzoeken. Dat wereldbeeld komt misschien over als volledig uitgekristalliseerd, onveranderbaar, in beton gegoten. Maar daarin vergissen we ons. De denkbeelden van de ander komen meestal veel harder over dan ze in werkelijkheid zijn. Die hardheid is namelijk ook een verdedigende reactie op de aanval (bewust of niet) die wij zelf inzetten. Vergeet niet dat jouw gesprekspartner "het vaccingesprek" al vele malen heeft gevoerd met “mensen zoals jij”. Ze weten al wat er komen gaat en zijn klaar om terug te schieten.


Als het wereldbeeld minder hard is, is er onzichtbare ruimte voor nuance en misschien zelfs twijfel. En dan is de vraag hoe we de ander kritischer naar dat eigen wereldbeeld kunnen laten kijken. Hierover twee tips. Simpel in eenvoud. En tegelijkertijd niet makkelijk om toe te passen.


1. Nalaten. Het begint bij wat je bewust nalaat om te doen. Je laat na te overtuigen (“het is beter omdat…”). Je laat na te strooien (gooien) met feiten (“wist je dat…”). Je laat na retorische vragen te stellen (“je denkt toch niet dat…”). En ten slotte laat je na te oordelen (“wat dom van je…”) of als je dat te lastig vindt, stel je je oordeel bewust even uit.


2. Doen. Wat doe je dan wel? Oprechte vragen stellen. Klinkt eenvoudig maar het is in de praktijk vaak erg lastig, in het bijzonder als je gesprekspartner iemand is die je heel erg goed kent. Oprechte vragen stellen is namelijk meestal contra-intuïtief. In het moment willen we willen het liefst reageren op wat de ander zegt want, zo vertellen we onszelf, wij weten het beter! In plaats van een reactie omdat je rode knoppen worden ingedrukt (“je hebt het mis”, “ik hoorde je daar iets tegenstrijdigs zeggen”, “je noemt dat een betrouwbare bron!?”) kiezen we voor een respons (eerst nadenken dus!) via een oprechte vraag en minimaal één vervolgvraag: “hoe werkt dat dan?”, “wat zijn de redenen daarvoor?”, “hoe kom je uit bij die stelling/mening?”, “wat maakt dat je er zo over denkt?”. Kun je geen vraag bedenken of vermoedt je dat je toon en houding geen oprechte interesse tonen? Kies er dan voor om zo precies mogelijk samen te vatten wat de ander heeft gezegd zonder te oordelen (“dus als ik het goed begrijp zie jij het zo:…”. Je zult zien: er komen aanvullingen en nuances die veel meer kleur geven en die, net als het stellen van goede vragen, de ander naar het eigen wereldbeeld laten kijken. Dat gaat wel een stuk makkelijker als de ander zich niet aangevallen voelt.


Simpel in theorie. Maar ik geef toe: het is in de praktijk niet heel makkelijk toe te passen op onderwerpen die je zelf heel belangrijk vindt. De verleiding tot flight of fight is levensgroot. Ook hier baart de oefening uiteindelijk de kunst. En zo kan iedereen meteen flink aan de bak om betere gesprekken te voeren over controversiële onderwerpen. Met dank aan covid en de vaccins.